Social media: ingrediënten voor een lekkere tekst, deel 2: Twitterkruiden

social media, twitterVandaag het vervolg op kokkerellen met letters. In deel 1 roken we aan de 5 ingrediënten voor een lekkere tekst. Hoe pas je deze principes toe als je gaat twitteren? Gaat het bij tweets alleen om de inhoud? Of moet je ook nog op vorm en verwoording letten? En dat allemaal in 140 tekens? Het lijkt de wereld van de gastronomie wel. In ieder restaurant met Michelin-ster weten ze het: je verleidt je gasten met kleur, vorm en smaak.

De ideale tweets zijn mooi van kleur, hebben diversiteit in vorm en zijn precies pittig genoeg.

Twitterkruiden

Grote vraag is natuurlijk: hoe doe je dat dan? Je kunt een meestercursus volgen, waarin je de chefkok mag nadoen en hij na afloop kritisch aan je gerecht zal nippen. Een andere manier is: zelf eindeloos oefenen in de keuken. Het kan in ieder geval geen kwaad om alvast wat potjes en kruiden klaar te zetten. Wat doet het altijd goed? Waar moet je voorzichtig mee zijn? En wat matcht absoluut niet?

Kleur

Of je nu veel of weinig in een restaurant komt, het uiterlijk van een gerecht maakt je nieuwsgierig naar meer. Geen onbestemde kleuren op je bord, maar een glanzend oranje bolletje of een verse groene stengel. Zo doorzoek je ook je timeline:

  • ‘Hollywood stories?’ Zuurstokroze, kiespijn.
  • ‘Dacht ik rustige ochtend te hebben geeft Andre Rouvoet zo persconferentie over zijn vertrek uit de politiek…’ van @fritswester, dus rood!
  • @pseudoniem: ‘hmmm ik zie dat ik ‘ik wordt’ schreef…. #fail’ Reply @pseudoniem: ‘als #lifecoach zou ik zeggen ‘je hebt behoefte aan meer in je leven’. Maar ja, ik ben #tekstschrijver. En zelfs hun hebben het.’ Neem je jezelf niet te serieus, lichtblauw.
  • @Koningin_NL: ‘Is er een Engels woord voor #waxinelichtjeshouder? Wij willen de Britse geheime dienst nog even waarschuwen. #royalwedding’ Mijn favourite Twittervriendin, ze weet altijd een glimlach bij me te voorschijn te toveren, daarom oranje!

Vorm

  • Standaardvorm: bezoekers van je website een automatische tweet laten plaatsen: ‘Zojuist het gratis e-book van @auteur gedownload.’ Dit gaat er na twintig keer uitzien als een hergebruikte salade waar de #smaakpolitie niet blij van wordt.
  • ‘Uit onderzoek van LinkedIn blijkt dat de meest populaire naam voor CEO’s in Nederland Cees is’ http://bit.ly/l8fKhP #iedereenceo Prikkelend, link naar werk, maar wel met een knipoog.
  • ‘Leef vandaag, want niemand heeft je morgen beloofd.’ Je ziet ze steeds meer, de oneliners onder de 140 tekens. Voor wie zijn ze? Mensen die het niet meer zien zitten? Of tweeps die zichzelf al tweetend de dag door moeten helpen? Doe dit alleen als je heel zeker weet dat je origineel bent en het toevallig geen quote van Boeddha, Mohammed of Steve Jobs is.

Smaak

  • Pittig genoeg? 15-jarig model uit examenjaar vmbo maakt leraar Nederlands blij. http://ow.ly/4CkYl#fotoaksie @TekstschrijverT
  • Zoet: de FF of Follow Friday voor tweeps die je op een presenteerblaadje wilt aanreiken.  Wees enigszins voorzichtig met deze smaakmaker. Niet iedereen houdt van amuses.
  • Beetje bitter: ‘Als je volledig in jezelf geloofd, ben je tot vele dingen instaat…’ Komt dat alleen door de spelfouten?
  • Fris! Want zelf gemaakt: @copykoppie: Ook jij staat hierbij. Zoek jezelf tussen deze 140 verbindingen http://t.co/W8isVon

Is smaak persoonlijk?

Natuurlijk zijn de smaakpapillen van een tekstschrijver anders dan die van een CEO. Maar deze zijn bang in de keuken, heb ik net gelezen. Iedereen eet en leest uiteindelijk toch wat hij zelf het lekkerst vindt. Bovenstaande smaakideeën zijn dan ook niet meer en niet minder dan een richtlijn. Laten we met z’n allen voedselverspilling tegengaan! Ik ben heel benieuwd naar reacties of aanvullingen! En dat is geen drie-sterren-beleefdheid!

Woord van het jaar 2011?

Probeer het maar eens na te doen: een nieuw woord bedenken, waarvan iedereen meteen begrijpt wat het betekent. Nee, ik heb het niet over een gerenommeerd reclamebureau, het is puur natuur. Bron: gewoon onze dochter van 3, Deborah.

Creakreten:

  • ‘Hé, waarom snij jij die taart in figuurkantjes?’
  • ‘Hadassa (zusje van 1) heeft uitslaaphaar.’
  • ‘Ik wil dat uitlegliedje nog een keer horen.’

 

Social media: 5 ingrediënten voor een lekkere tekst, deel 1

Tekstschrijvers zijn er om een lang verhaal kort te maken. Of om een leeg bord vakkundig dan wel spannend op te maken. Zoals alle vakmensen lijd ook ik aan beroepsdeformatie. Op mijn social media kanalen speur ik naar tekst. Ik kijk of een tekst klopt en klinkt, kortweg, of het een lekker verhaal is, waar ik m’n tanden in wil zetten.

Wat is lekker?

Of iets lekker is, is enerzijds een kwestie van smaak. Aan de andere kant is er ook een algemeen smaakidee. En iedereen die een tijdje doorgebracht heeft op Twitter, LinkedIn, Facebook en consorten zal beamen dat niet alles lekker is, wat we voorbij zien komen. Dat kan ook niet, alle social media voorschriften ten spijt. Maar onze teksten hebben wel optimale zorg nodig. En dat begint niet bij de presentatie, maar bij het voorbereiden van de inhoud.

Hoe zorg je voor een tekstuele uitsmijter?

1. Kies allereerst je momenten om tekst te delen.

Met letters is het net als met chocola: beter in één keer alles delen en consumeren dan verspreid over de dag. Dat zorgt alleen maar voor een wisselende suikerspiegel en aanverwant humeur. Voorzie je bezoekers daarom op voorspelbare momenten van een portie gezonde inhoud. Zie de alertbox van Jakob Nielsen waarin hij eens per maand een veel te lange tekst produceert over usibility, die ik overigens graag lees.

2. Geef toegevoegde waarde aan je tekst.

Neem een origineel recept en koop je ingrediënten van goede kwaliteit zelf in. Of verbouw ze desnoods zelf in je eigen tuintje. Alleen maar doorverwijzen naar een website of herhalen van reeds gepubliceerd nieuws is niet smaak- en spraakmakend genoeg. Bedenk goed wat de moeite waard is om je bezoekers voor te schotelen. Veel tweets/updates ademen een sfeer van ‘Gelukkig, ik weet weer wat om klaar te maken’. Maar die gedachte moet je niet toestaan, alleen als je om 17.45 uur achter het aanrecht staat. Een geheel eigen toon treft @JohanKoning, de uitvinder van de term Telegraafje, zowel op zijn blog als op Twitter.

3. Neem voor een online ‘discussie’ een onderwerp waarvan je wakker ligt:

  • Superhandig: hoger in Google met deze 17 gratis tools.
  • Origineel: algemene website review: beoordeel websites van anderen en laat die van jou beoordelen.
  • Op het randje: ik ben mijn SEO-cursus aan het herschrijven. Welk onderwerp mag absoluut niet ontbreken?
  • Nogal privé: als een collega om zeven uur ‘s avonds belt, zeg ik niet ‘sorry, ik ben aan het eten’.
  • Gemiste kans: is de inhoud van dit artikel duidelijk?

4. Ga alleen bloggen als je van schrijven houdt.

Schrijf een blogtekst omdat het onderwerp je hoog zit en niet om klanten binnen te halen. Een mooi voorbeeld van een blogger die zijn collega’s, maar misschien ook wel zijn klanten, een groot plezier doet, is TekstschrijverTim. Bijvoorbeeld met Waarom opdrachtgevers met plezier een serieus uurtarief betalen. O ja, download gelijk even zijn poster met Tien tekstblunders die wij nooit (meer) maken!

5. En de finishing touch: poets je spelling op.

Eerlijk is eerlijk: je valt als netwerk-expert pas echt op als je schrijft: ‘Zullen we linke?’ Of als er in je profiel staat dat je antrepeneur bent. Zet in je favorieten www.woordenlijst.org en taaladvies.net.

Drie-sterren-tekst

Best lastig natuurlijk om altijd een drie-sterren-tekst te schrijven. Nou ja, als ik dan toch in eigen keuken sta: je kunt er ook iemand voor inhuren. Verras je bezoekers eens met een bijzondere tekst op je social media-menu!

Volgende keer in deel 2: hoe schrijf je een goede tweet, dat wil zeggen: mooi van kleur, diversiteit in vorm en precies pittig genoeg.

Vergeven en vergeten

Er zijn weinig dingen waar ik heel boos om word, maar een ervan is: als mijn pianospel op luide toon verstoord wordt. Dat ervaart mijn driejarige dochter die avond als ik stevig naar haar uitval.

Sorry Mendelssohn

Deborah kiest er wijselijk voor om even ‘met de playmobile te gaan spelen’. Enkele minuten later is het: “Mag ik een ijsje?” (even testen of mama nog boos is). Ik antwoord: “Wat denk je zelf?” “Ik denk het niet”, zegt ze realistisch. “Dat klopt”, vervolg ik, “ten eerste omdat het al laat is, je gaat zo naar bed en ten tweede ben ik nog steeds boos.” “Zal ik dan maar eens ‘sorry’ zeggen?” komt ze al met open armpjes op me af. Daar kan natuurlijk geen Chopin of Mendelssohn tegenop.

Een raar spreekwoord

Dan is het bedtijd. Als het hele ritueel is doorlopen en ik het rolgordijn laat zakken, klinkt het opeens uit de halfdonkere kamer: “Mama, ben je nog steeds boos?” “Waarom zou ik boos moeten zijn?” speel ik verbaasd. “Omdat ik door jouw pianospel ging gillen.” “Oh dat, maar je had toch al sorry gezegd? Nou, dan is het vergeven en vergeten.” “Nee hoor”, klink het opeens erg wakker, “ik ben het nog helemaal niet vergeten.” Ik leg uit dat je het niet meer over vervelende dingen hebt, als iemand er spijt van heeft. En dat het een spreekwoord is. “Ik vind het geen spreekwoord, maar een raar woord.”

Vergeet niet te vergeven

Eigenlijk heeft ze wel gelijk. Wanneer is een fout vergeven en vergeten? Dat weet je nooit. Als je er namelijk over nadenkt of ernaar vraagt, is het misschien wel vergeven, maar niet meer vergeten.

Nederengels: taalvervuiling of zoekmachinevriendelijk?

Lang geleden, toen ik nog geen flitsende contentgirl was, begon ik als eenvoudige docent communicatie en taalvaardigheid aan de Hogeschool Leiden. In de pauze tussen de lessen aan de studenten Commerciële Economie en Communicatie. Met rode konen zocht ik op de plank met vakliteratuur het woordenboekje voor marketingtaal. Ik zou namelijk de kick off van een nieuw  project meemaken. Kick off? Zou er ook iets van mij worden verwacht? Wie of wat moest ik een kick geven?

Ken je marketingtaal

Na lang bladeren vond ik de bevestiging van wat ik al dacht: ‘ken je marketingtaal’ is hetzelfde als ‘spreek normaal Nederlands, terwijl je je boerenverstand gebruikt’. Een hele opluchting en ook de studenten gaven toe de lesstof net zo goed of nog beter te begrijpen zonder al dat jargon. En zo startte ons project.

Mijn tekst- en trainingsbureau deed uiteraard zelf niet mee aan het uitpoepen van een eindeloze stroom marketingtermen. Voor mijn klanten dus geen ‘testimonials’, maar  ‘ervaringsverhalen’, geen one-of-a-kind producten, maar gewoon maatwerk. Van ‘gemonitorde processen’ werd ik zelfs een beetje misselijk. Natuurlijk deed ik niet zoals reclamebureaus aan copywriting, maar aan tekstschrijven, een (h)eerlijk vak. copywriter advertising

Seo copywriting

Tijden veranderen en de inhoud van een vak dus ook. In plaats van aangeklede muziekrecensies voor het Haarlems Dagblad schrijf ik nu gewoon blote marketingteksten. Webteksten bijvoorbeeld, voor bedrijven die graag gevonden willen worden en liefst ook nog hoog in de zoekmachines eindigen. Daar gaat je credibility.

Ik schrijf dus geen bedrijfsbrochures meer maar corporate brochures. Ik ben geen klassieke tekstschrijver die geniet van pure taal, nee ik ben een sexy seo copywriter. Mijn ondersteuning aan bedrijven op het gebied van sociale media wilde ik eerst ‘sociale media ondersteuning’ noemen. Maar Google Adwords zei dat ik het veel beter Social Media Management kan noemen, social media coaching kan ook nog net. Dus nu ben ik naast copywriter ook social media manager. En ik verzorg content…ik bedoel…ik ben er heel content mee.

‘Nee’ ombuigen tot ‘ja’, hoe doe je dat?

Drogreden

Drogredenen, onuitputtelijk reservoir voor humor

Drogredenen zijn leuke dingen. Argumenten die niet kloppen, daar was ik vroeger als tiener al dol op. Ze bieden immers kans om in plaats van een ‘nee’ alsnog een ‘ja’ te krijgen. Als je ze goed weet te ontzenuwen.

Eisen aan argumenten

Om drogredenen te herkennen en te weerleggen, is het belangrijk om te weten hoe argumenten goed gebruikt worden. Daarom even een stukje theorie uit een praktisch boekje van Antoine Braet, door wie ik gevormd ben aan de Universiteit Leiden.

1. De argumenten op zichzelf moeten kloppen:

  • Objectieve argumenten: correct weergegeven, direct controleerbaar, onderzoeksuitslagen of algemeen gedeelde waardeoordelen.
  • Subjectieve argumenten:aannemelijke vermoedens, publieksoordelen

2. De stap van argumenten naar standpunt moet kloppen:

Argumentatieschema

Argumentatieschema

  • De argumenten moeten voldoende met het standpunt te maken hebben.
  • De argumenten moeten voldoende gewicht hebben en opwegen tegen geldige tegenargumenten.

Hoe ziet een drogreden eruit?

Een drogreden is een argument dat niet aan bovenstaande eisen voldoet. Wat zijn de meest voorkomende drogredenen? Ik krijg bijna zin om weer terug te gaan naar het onderwijs ;-)

Bekendste voorbeelden van drogredenen:

Er zijn tientallen vormen van drogredenen. Zie Van Dale of Wikipedia. De leukste en bekendste zijn toch wel:

  • Ik doe niks met LinkedIn en van Twitter moet ik al helemaal niets hebben. Wij hebben onze klanten altijd via mond-tot-mondreclame gevonden. Beroep op traditie. Onjuiste aanname (premisse) dat iets uit het verleden altijd goed zal blijven werken.
  • Je kunt niet bewijzen dat God bestaat, dus God bestaat niet. Het is niet waar, omdat niet bewezen is dat het wel waar is. Fout tegen de logica. Andersom geldt de bewering overigens ook als drogreden.
  • De spelling is ‘buro’ en niet ‘bureau’, want ‘buro’ levert de meeste treffers op Google. De meerderheid is voor, dus is het waar. Onjuiste premisse dat de meerderheid altijd gelijk heeft.

Andere bekende voorbeelden zijn de cirkelredenering of de persoonlijke aanval.

Aanraders

Hoe overtuig je echt?

Betogen doen we allemaal meerdere keren per dag. Die mail waarin je aangeeft waarom je graag wilt samenwerken. Dat telefoongesprek waarin je toelicht wat je allemaal doet voor een bepaalde prijs. Het rondetafelgesprek waarin je een nieuw project met verve verdedigt. Of je de ander kunt overtuigen hangt voor een groot deel af van je argumenten. Maar dat niet alleen…

Voordat je in de ring staat

  • Hoe bouw je een sterk betoog op?
  • Hoe herken je zwakke punten in het betoog van de ander?
  • Wat zijn de basisregels van een fatsoenlijke discussie of debat?
  • Welke drogredenen zijn er en hoe herken je die?

Dat is natuurlijk te veel om in één blog te beschrijven. Het lijkt voor-de-hand-liggend, maar toch wil ik beginnen bij de basisopbouw van een betoog. Uiteraard is niet ieder betoog zo volledig en in deze volgorde. Zeker niet als het om een mondeling verhaal gaat. Waarom is het dan toch belangrijk? Ieder van deze fasen heeft eigen kansen en eigen valkuilen.

De basisopbouw van een betoog:

  • Inleiding: aanduiding omstreden onderwerp, standpunt-vooraf/stelling, soms aankondiging argumenten.
  • Kernalinea 1: eerste argument
  • Kernalinea 2: tweede argument, etc.
  • Kernalinea n: eerste tegenargument met weerlegging, etc.
  • Slot: samenvatting argumenten en/of standpunt-achteraf (conclusie)

Is het een omstreden onderwerp?

Voordat er daadwerkelijk betoogd of gediscussieerd kan worden, moet duidelijk zijn wat de standpunten van beide partijen zijn. Of dat nu gesprekspartners zijn of de schrijver versus zijn lezerspubliek. De felste betogen rusten op een duidelijk standpunt. We herkennen het allemaal als een situatie niet tot een goed betoog leidt: een tekst die je met een zucht aan de kant schuift, een geïnterviewde op tv waarvan je vlug ‘wegzapt’. Dat komt zeker niet altijd doordat er geen goede argumenten gebruikt worden. Nee, soms is het onderwerp gewoon niet controversieel genoeg. Beide partijen verschillen te weinig van mening of, en dat is interessanter, één van beide wil zijn standpunt niet prijsgeven.

Het zakelijk nut van een duidelijk standpunt

Zakelijk gezien, kan er een situatie zijn waarin je je product of dienst gaat aanprijzen, terwijl er bij de andere partij helemaal geen interesse is. Uiteraard kun je dan juist proberen te overtuigen, maar dan zul je dus eerst achter het standpunt van de ander moeten zien te komen. Dat is natuurlijk ook de reden waarom callcenter-medewerkers altijd vragen: ‘Mag ik u ook vragen waarom u geen interesse heeft in dit prachtige aanbod?’ Nu weet je ook meteen hoe je daarop het beste kunt antwoorden. Niet met inhoudelijke tegenargumenten of zelfs door de verbinding te verbreken. Een simpel antwoord volstaat: ‘Dat mag u vragen, maar daar geef ik geen antwoord op. In de supermarkt leg ik ook nooit uit waarom ik voorbij een schap loop.’

Volgende keer meer over argumentatie.

De drie leukste nieuwe woorden in het Nederlands

Het was een tijdlang goed opletten, maar nu heeft Deborah (3) mijn lijstje weer wat uitgebreid. Ze gaat steeds perfecter zinnen produceren. Daar ben ik als moeder uiteraard trots op, maar als taalbeschouwer ben ik blijer met een afwijkend woordgebruik. Alsof ze weet, dat ik haar creatieve taaluitingen bijhoudt…

Creakreten:

  • verstiekemd (verstopt: ‘Ik heb dat Cars-autootje even verstiekemd.’)
  • versukkeld (verdrietig: ‘Nee, hij huilde niet, maar hij stond wel versukkeld.’)
  • letterberen (hoofdletters)

Nu maar hopen dat Hadassa (1) snel gaat praten. Maar ik hoop ook op de input van andere vaders, moeders, leerkrachten of taalwetenschappers!

Tien tips voor een patente ‘prezi’

Het is de tijd van de elevatorpitch. Of het nu komt doordat we liever de lift dan de trap nemen, we willen binnen 1 minuut weten wat de ander ons te vertellen heeft. Duurt het veel langer, dan dwaalt onze aandacht al snel af. Moeten we beter leren luisteren of ligt het aan de spreker?

Ideale lengte

Een spannende presentatie kan met gemak langer duren dan een minuut. We kennen allemaal voorbeelden van sprekers waarnaar we met plezier tien minuten luisteren. Zij beheersen de kunst om een goede inhoud te koppelen aan een overtuigende presentatie, vaak gelardeerd met humor. Er bestaat dus geen ideale lengte voor een presentatie, hoewel de spanningsboog van de meeste mensen slechts 10 minuten bedraagt. Kom je vaak in de kerk of ‘s lands vergaderzalen, dan ben je een geoefende luisteraar.

Kek of gek

Hoewel het gebruikelijk is om eerst de inhoud op orde te brengen, wil ik hier eerst de presentatie van een verhaal onder de loep nemen.

Presentatie

Ademsteun via buikademhaling

  1. Gebruik je stem goed, dat wil zeggen met ‘ademsteun’. Dit is een ademhalingstechniek waarbij je je buik uitzet in plaats van dat je je schouders optrekt. Zoals je aan een bloem ruikt. Zie de bewegende afbeelding.
  2. Kondig aan wat je gaat doen, maar ook niet meer dan dat.
  3. Laat het publiek de tijd vergeten. Zeg niet steeds dat er veel meer over het onderwerp te zeggen valt, maar dat je daar niet genoeg tijd voor hebt.
  4. Begin niet met huishoudelijke mededelingen, want dan ben je een deel van je toehoorders al kwijt voordat je aan je daadwerkelijke inleiding begint.
  5. Wees jezelf, maar laat geen stress merken en wek ook geen slecht voorbereide of al te nonchalante indruk. Zeg niet: ‘Op weg hierheen bedacht ik wat ik eens zou gaan zeggen…’ of: ‘M’n hart bonkt in m’n keel nu ik hier sta.’
  6. Een PowerPoint is niet verplicht! Het kan zinvol zijn om je verhaal met grafische gegevens te ondersteunen. Maar het moet zeker niet zo zijn dat je de tekst op een scherm toont en deze vervolgens min of meer opleest. Dodelijk saai!
  7. Benader het publiek op gelijkwaardig niveau, niet overdreven kritisch of juist neerbuigend. Zeg niet: ‘Het ligt voor de hand dat u als zzp’er niet overal verstand van hebt, dus wil ik u vertellen wat social media is.’
  8. Wees niet overdreven bescheiden en verontschuldig je niet onnodig. Zeg niet: ‘Ik ben voor dit onderwerp gevraagd, hoewel ik mezelf zeker geen expert vind…’ of: ‘Ik weet dat niet zo belangrijk is, maar…’
  9. Stel het slot van je presentatie niet steeds uit. Zeg niet: ‘Tot slot…’ of ‘De conclusie van dit alles is…’ als er daarna nog een heel verhaal komt.
  10. Zorg voor een duidelijke, herkenbare afsluiting, maar stop niet abrupt met je verhaal. Eindig absoluut niet met: ‘Dat was het dan’ of ‘Hier wou ik het bij laten.’

Wat vind jij?

Wat vind jij een goede spreker? Wanneer sta jij je te verbijten als toehoorder? Ik ben benieuwd naar reacties en aanvullingen. Het gaat hier overigens om presentaties in ruime zin: cursus, netwerkbijeenkomst, receptie et cetera.

Benieuwd hoe ik mezelf presenteer? Kijk naar mijn bedrijfsvideo. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat je met dit stemgebruik geen grote zaal kunt toespreken. Te weinig ademsteun dus.

Volgende keer meer over hoe je de inhoud van een goede presentatie voorbereidt.

Klassieke retorica door peuters

De redelijkheid van de klassieke retorica

Overtuigen moet ik niet alleen in mijn werk als tekstschrijver. Ik loop met Deborah (3) en Hadassa (1) naar het dorp. Deborah verzekert mij er nog maar eens van dat het goed is om voor een rood licht te wachten.

Een pijnlijke auto

Tijd voor een stukje uitleg, ik vraag: “Weet je eigenlijk ook nog waarom?” “Ja, anders word je kapot gereden als je op de straat ligt.” Na dit plastische antwoord vervolgt ze: “Maar het kan ook dat er twee auto’s botsen, dat is niet zo erg. Er zijn toch genoeg nieuwe auto’s heb ik gezien.” (Bij de autohandelaar even verderop bij ons aan de dijk.) Ik zeg: “Nou, maar als je in een auto zit tijdens een botsing doet dat heel erg pijn hoor. Je rolt door de hele auto heen.” “Nee hoor, dat doet alleen maar pijn bij de auto zelf.”

Hoe discussieer je met een driejarige? ‘Nee hoor, auto’s zijn voorwerpen en die voelen niets?’ Of: ‘Ja, maar een nieuwe auto is heel duur?’

Drogredenen

Eén ding weet ik zeker: wat ik ook zeg, ze zal mijn argumenten á la minute toetsen op:

  • waarheid: ‘Wat is een voorwerp? Zijn wij ook een voorwerp?’
  • geldigheid: ‘Waarom hebben wij dan wel een auto? Als hij echt zo duur is en jij bij knuffelbeesten en snoepjes al zegt dat we daar geen centjes voor hebben….’
  • logica: ‘Ja maar, jij zegt altijd dat het heel erg pijn doet, als je kapot gaat en de auto gaat kapot als hij botst.’

Pijnlijke vragen (?!) Heerlijk dat redeneren. Ze ontdekt niet alleen de fysieke wereld, maar ook de wereld van de taal. En daarbinnen nemen drogredenen een belangrijke plaats in.